Kindermoment

De geboorte van Ismaël

Genesis 16

Moeten jullie weleens wachten? 

Waarop bijvoorbeeld? Wat vinden jullie daarvan? 

Is wachten altijd hetzelfde of zijn er verschillen? Is wachten op je verjaardag hetzelfde als wachten tot je beter wordt, wanneer je ziek bent? 

Vandaag gaat het over twee oude mensen die moeten wachten tot gebeurt wat hun is beloofd. Het is opgeschreven in de bijbel. Hoe, dat ging ga ik je vertellen:

Wanneer je even meekijkt door een kiertje van de tent, dan zie je daar een vrouw zitten. Dat is Sarai. Zij heeft ook een man. De man heet Abram, hij is buiten aan het werk. Sarai en Abram zijn getrouwd. En God heeft beloofd dat Abram en Sarai vader en moeder zullen worden van een hele grote familie. Het zal zo’n grote familie worden dat niemand meer kan tellen hoeveel mensen erbij horen. 

Maar wanneer zal dat gebeuren? Want als je stiekem even verder kijkt in de tent, dan zie je dat er geen kinderen spelen. Er is geen kinderbed of speelgoed. Er is alleen nog een andere vrouw in de tent. Zij heet Hagar en ze is de slavin, de helper van Sarai. 

Misschien moeten we even gaan zoeken waar Abram is. Hij zal wel bij de dieren zijn. Nee, daar komt hij. Hij is klaar met het werk en komt thuis, bij de tent, om te eten. Sarai heeft samen met Hagar lekker eten gemaakt. En als Abram en Sarai samen eten begint Sarai te vertellen. ‘Zeg, Abram, jij vertelde toch dat we geduldig moesten wachten op een baby? Nou, ik denk dat het niet meer zal gebeuren. Jij zegt dat God het heeft beloofd. Maar we wachten nu al zo lang. Zou God het vergeten zijn? Hagar moet de baby maar krijgen. Het is misschien wel de bedoeling dat de baby in Hagars buik groeit.’ 

Eigenlijk denkt Abram ook dat er bij Sarai geen baby meer zal komen. Hij heeft ook geen geduld meer. Na een poosje groeit er bij Hagar een baby in haar buik. Bij Sarai niet en Hagar plaagt haar daarmee. Hagar luistert niet meer naar Sarai want zij denkt dat ze belangrijker is. Daar wordt Sarai boos van. Ze doet gemeen tegen Hagar, ze geeft haar vaak straf. 

Daarom vlucht Hagar. Ze rent weg van de tent van Sarai en Abram. Hagar rent de woestijn in. Een woestijn is een groot stuk land met zand en het regent er bijna niet. In de woestijn groeien niet zoveel bloemen of bomen en het is er vaak warm. Hagar is helemaal alleen in die warme, droge woestijn. 

Maar God zoekt haar op. Een engel vertelt aan Hagar dat zij een zoon zal krijgen en dat hij Ismaël moet heten. God zal voor hem zorgen, zijn familie zal groot worden. Hagar moet weer terug naar de tent van Abram en Sarai. Ze zal daar haar kindje krijgen. Maar eerst bedankt Hagar God die haar gezien heeft in de woestijn. Nu kan ze teruggaan. Nu is het goed. Een klein poosje later wordt Ismaël geboren. 

God zorgt voor hem en voor Abram, Sarai en Hagar. Wat is God goed!

Herkennen wij dat ook? Geloven wij in Gods beloften of hebben we een handig plan bedacht om te bereiken wat we willen? Sarai wil nu het verleden vergeten; ze wil niet meer aan haar verkeerde keuze denken. Ze straft Hagar en die vlucht. Abram grijpt niet in, God wel. Hij stuurt zijn engel en laat Hagar niet de dupe worden van Sarai’s ongeloof. Hij heeft oog voor haar. Hij redt haar in de woestijn en geeft haar een mooie belofte: ook Ismaël zal uitgroeien tot een groot volk. Ieder mens telt bij God, ook wij. Hij geeft ons een plaats in zijn plannen. Ook wij krijgen zijn zegen.

Similar Posts