Columns

De last van niet weten waar je aan toe bent.

Ook kerken denken mee over een anderhalvemetersamenleving (mooi woord voor scrabble). Volgende week donderdag komen de kerken op bezoek bij minister Grapperhaus. Hij heeft als minister van Justitie ook de kerken in zijn portefeuille. Hij is ook wel voor de grap minister voor liturgische zaken genoemd.

Zo heeft de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een werkgroep ‘Kerk na corona’ opgericht. Daarin zitten spcialisten op het gebied van jeugdwerk, pastoraat, gemeenteopbouw en missionair werk. Zij denken na over praktische adviezen voor kerken over ‘kerk-zijn in deze tijd’.

Woensdag jl. liet premier Rutte weten, dat het kabinet stap voor stap naar een versoepeling van de getroffen coronamaatregelen wil. De verschillende sectoren werden uitgenodigd mee te denken, hoe zij zouden kunnen functioneren met behoud van anderhalve meter afstand tussen mensen. In het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) zijn 31 lidkerken nu actief bezig met de vraag: hoe kunnen we activiteiten hervatten bij versoepeling van de maatregelen?

Vandaag wil ik ook nadenken over kerk zijn in deze tijd van sociale onthouding.

Eigenlijk nog meer over geloven in deze tijd. Geloven onder zware omstandigheden.

Dat kan in het groot, zoals met een pandemie, of bezorgdheid in de persoonlijke kring – over jezelf of je dochter of zoon of je moeder of je vader, vriendin, vriend etc.).

Daarbij denk ik allereerst aan een uitspraak van Paulus: “Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. 1 Tessalonicenzen 5: 16-18). 

Dat is nogal wat. Hoe kun je nu blij en dankbaar zijn in tijden van spanning, verdriet en angst. Paulus weet daar beter van dan wij. Onze levensomstandigheden zijn veel rustig dan in de tijd van Paulus.  Alle eerste leerlingen van Jezus zij raar aan hun eind op aarde gekomen. Ik denk dat we het ergens anders moeten zoeken. 

Die omstandigheden die moeten jou niet krijgen. Jij doet er het beste aan om te zorgen dat jij die omstandigheden ter hand neemt, zodat ze jou niet in de greep krijgen. Dat is een psychologisch inzicht van jewelste. Als je chagrijnig wordt van omstandigheden, krijg je er dubbel last van. Als je blijmoedig kunt zijn en erop vertrouwt dat het wel beter gaat, scheelt dat de helft. 

Maar ik denk nog even verder.

Ik zie geloven ook soms als een worsteling.

Denk aan Jacob aan de rivier, de Jabbok.

Er ligt (in Jordanië) nu een drukke verkeersbrug over die Jabbok.

Rembrandt schildert de engel en Jacob, die om en om op de grond liggen; hun handen zijn bevuild. Jacob is in lastige omstandigheden. Er ligt  nog een oude rekening met Esau, die te vereffenen is. Jacob wil terug naar het land van zijn vader. Dat gaat zomaar niet. Jacob ziet op tegen de ontmoeting met zijn broer Esau, aan de overkant van de rivier. Hij laat zijn gezin oversteken maar blijft zelf achter. ’s Nachts raakt Jacob in gevecht met een  engel. Een gevecht met zichzelf, zijn roeping, God en alles wat hij heeft. Het lukt de engel niet om Jacob te verslaan. Jacob stelt dus wel wat voor. Ze worstelen de hele nacht, maar tegen de ochtend geeft de engel op. Jacob: “Ik laat u niet gaan, tenzij dat u mij zegent” (Genesis 32: 27). Karakter heeft die Jacob. De engel zegent Jacob en geeft hem de erenaam Israël: “strijder met God”. Jacob raakt wel blijvend gewond aan zijn heup.

Jacob worstelend met de engel (ca. 1659/60) Rembrandt;
(in Gemäldegalerie der Staatlichen Museen te Berlijn)

Rembrandt tekent het gezicht van de engel zorgzaam, liefdevol.

Alsof hij wil zeggen: worstelen met God is wel strijden, maar ook liefde ontvangen.

Jacob houdt een litteken, erger een mank been. Hij houdt er iets aan over.  

Maar het bepaalt mensen die hem kennen wel bij het feit, dat hij geworsteld heeft met God.

Dat brengt me bij een andere Bijbelse persoon, Job. Vroeg of laat kom je Job in je leven tegen. Ik denk aan zijn klacht: “Waarom kent de Ontzagwekkende de tijd van alle dingen, maar weten zij hem vereren nooit wanneer hij ingrijpt?” (Job 24: 1)

De bitterheid neemt toe: Ja, God heeft mijn mij recht onthouden, de Ontzagwekkende heeft mij diep verbitterd. (Job 27:2). 

Job nuanceert niet door te zeggen, dat het kwaad hem treft uit een andere hand dan uit Gods hand. O nee. Die vernuftigheid van theologische souplesse kent Job niet. Of zou Job daar gewoon niets van moeten hebben. Wie eindregie heeft, draagt ook de volle verantwoordelijkheid. Volgens mij denkt Job zo. Dat herken je van zijn manier van praten over zijn hulpvaardige, achtenswaardig en hulpvaardige levenspatroon uit vroegere dagen (zie Job 29).

“Zijn mijn vrienden soms mijn voorspraak? Nee, in tranen zien mijn ogen op naar God. (Job 16: 20). Die vrienden hebben het er niet goed van afgebracht. Ze hebben Job getergd. 

Maar er is een keerzijde. Ze hebben Job als een citroen uitgeperst, zodat naar boven kwam: bidden heeft geen zin, want God verandert toch niks, maar toch kijk ik op naar Hem en ik weet dan mijn Redder leeft. (Job 19: 25) Händel in de Messiah: “I know that my Redeemer liveth.” En dan moet je goed weten: voor Job is die redder God, de Ontzagwekkende. 

Die vrienden hebben verkeerd over God gesproken. Dat kan zo gebeuren op je werk, in je vriendenkring, in je familie: dat je in je omgeving eerder weerzin tegen het geloof ervaart dan eerbied voor God. 

En dan staat er in het boek Job iets heel bijzonders: “Nadat Job voor zijn vrienden had gebeden, bracht de HEER een keer in het lot van Job en hij gaf hem het dubbele van wat hij eerder bezat.” (Job 42:10). Dus toch bidden. Ja, die voorbede voor je tegenstanders, die mentaliteit, die levenshouding zit diep verscholen in dat boek Job.

Bid voor wie jullie vervolgen, zegt Jezus (Matteüs 5:44)

Zegen uw vervolgers, zegen hen, vervloek hen niet, zegt Paulus (Romeinen 12: 14).

Wat kan geloven nu zijn, als je een last ervaart, dat je niet weet waar je aan toe bent? Uitspreken voor jezelf wat je beleeft, ervaart en mist. Weten, dat God niet samenvalt met je lot. Dat Hij een keer kan brengen in je lot. Dat Hij een belofte in je leven legt, dat Hij jou nooit zal verlaten. Geloven kent geen tovermiddel, dat je opeens uit de sores bent. Bidden tegen de klippen op, dat ook. Kerk is een bedehuis.

En ook: dat er niets of niemand is, die ons kan scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, zo zegt Paulus dat in Romeinen 8: 39. Dat is zowel een aangevochten als een bevochten waarheid.

Want God is de verborgen aanwezige.

Kijk er die engel nog maar eens op aan in het schilderij van Rembrandt over Jacobs worsteling. Strijden met God is ook liefde ontvangen. Hoe is het mogelijk…

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts