“De moeder de vrouw”

 

Op zaterdag 23 maart begint de Boekenweek 2019 met als thema: De moeder de vrouw. Daarbij is meteen al onrust ontstaan over de vraag of mannen wel over een vrouw kunnen schrijven. Het zou vooral moeten gaan om een eerlijke verdeling tussen mannen en vrouwen als het gaat om opdrachten voor essays en het Boekenweekgeschenk. 

Als het gaat over moeder de vrouw denk ik graag aan David – met dat kostelijke zinnetje in Psalm 139, “U hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder.”.

Daar kan geen les biologie tegenop. 

Oude mannen en vrouwen spreken soms met grote tederheid over hun moeder.

Ik zal niet vergeten, hoe een oudere dame van in de negentig de kluts soms even  goed kwijt was en dan zo verlangde naar haar moeder. Dat gaf blijkbaar een gevoel van veiligheid en geborgenheid.

Volwassen mensen praten soms opvallend integer over wat ‘moeder’ deed, zei, wilde, kookte, bakte, in de winkel kocht, weigerde, lekker vond, nooit wilde doen, etc.

Dan is er die psalm vol tederheid, Psalm 132, waarvan het middenstuk luidt:

“Nee, ik ben stil geworden, 

ik heb mijn ziel tot rust gebracht.

Als een kind op de arm van zijn moeder,

als een kind is mijn ziel in mij.”

Het is een pelgrimslied van David met een ootmoedig begin: 

“Heer, niet trots is mijn hart, 

niet hoogmoedig mijn blik, 

ik zoek niet wat te groot is 

voor mij en te hoog gegrepen.”

Na het zojuist genoemde middenstuk eindigt de korte Psalm met de zin:

“Israël, hoop op de Heer, 

van nu tot in eeuwigheid.”

Kort en krachtig en in het midden zo prachtig: als een kind op de arm van moeder.

Een beeld van Gods bewogenheid – moederlijke zorg van de hemelse Vader.

 

Moeder met kind op de arm, 

Käthe Kollwitz, 

Uitgeverij de Boekerij, Zutphen

In deze weken van de veertig dagen voor Pasen kunnen we denken aan de  intieme woorden tijdens dat pijnlijke kruislijden van Jezus: ‘zoon, zie uw moeder!’ Zo wil Jezus het moederschap van Maria over Hem overdragen aan Johannes. De smartelijke uren voor Maria vragen om een plaatsvervangende zoon, Johannes, die troostend nabij kan zijn. 

 

Isenheimer Altaar, links Johannes die Maria troost, 

rechts Johannes die Doper, die wijst op Jezus: 

”Zie, het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.”

 (Johannes 1:29)

Misschien had Maria er op dit moeilijke uur geen oren naar, maar wij mogen ons herinneren, hoe zij als jonge moeder te horen kreeg in de tempel van Jeruzalem: “Zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.”. Het zijn de woorden van Simeon, 33 jaar ervoor, die aangeven wat er op de eerste Goede Vrijdag gebeurt op die rots Golgotha.

De moeder de vrouw, ach, in de basale sfeer van de geboden van Israël staat geschreven: “eer uw vader en uw moeder, opdat het u welga”. Zou dat ook in de Boekenweek 2019 klinken? Of is dat te oubollig? Of is het juist een eyeopener!

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts