Hand in hand

Genesis 17

Kijk daar gaan de kleuters met juf Irene. Ze lopen de school uit, het plein op en ze gaan verder. Ze steken de weg over en lopen door de straten rondom de school. Ze gaan de tuinen bekijken, overal bloeien de planten en de struiken. Maar ze moeten wel goed opletten. ‘Goed uitkij[1]ken hoor’, zegt juf. ’Geef elkaar maar een hand en houd die goed vast, dan gaat het beter. Zo let je op elkaar, dat geeft een veilig gevoel.’ En dat doen de kinderen. Ze den[1]ken er steeds aan: handen vast, zo blijf je bij elkaar. Het is mooi om al die tuinen te bekijken en keurig hand in hand komen ze weer terug op school. 

Bijbelvertelling

In dit verhaal geven God en Abram elkaar ook een hand. Ze maken een afspraak en Abram vertrouwt op God. Abram voelt zich veilig bij God. Wat God zegt zal zeker gebeuren.

Abram en Sarai zijn al heel lang bij elkaar, ze zijn ook al heel oud. Ze zijn wel zo oud als een opa en een oma. 

Maar opa en oma zijn ze niet. Want wat zo jammer is: ze hebben geen kinderen. Geen zoon en ook geen dochter. Er woont wel een grote jongen bij hen. Dat is Ismaël, de zoon van Abram en Hagar. Maar Sarai heeft geen zoon. Abram houdt van God. Als hij langs de tenten loopt en daar de mensen ziet die bij hem wonen, dan is hij blij. Als hij door de weilanden loopt waar alle dieren grazen dan is Abram gelukkig met alles wat hij heeft. Hij heeft veel knechten en heel veel dieren. Maar geen zoon. Op een avond praat God met Abram. God zegt: ’Abram, Ik heb je beloofd dat jullie een zoon krijgen. En wat Ik be[1]loof, dat gebeurt ook. Probeer maar op Mij te vertrouwen, dan komt het goed.’ ‘Dat zal ik doen, Heer’ zegt Abram. Maar soms is wachten zo moeilijk. Dan duurt het zo lang en dan denken Abram en Sarai: ‘Zou het echt nog wel gebeuren?’

God zegt nog meer; ’Ik ga je naam veranderen. Abram wordt Abraham. En Sarai wordt Sara. Jullie zoon zal Isaak heten. Als Isaak groot is zal hij ook weer kinderen krijgen, het zal een heel groot volk worden, Abraham.’ ‘En hoe zal het gaan met Ismaël’ vraagt Abraham aan God. Ook Ismaël krijgt de zegen van God, ook hij zal kinderen krijgen en ook hij zal vader worden van een groot volk. Dit is de belofte van God aan Abraham, het is alsof God Abraham een hand geeft. En zo gaan ze verder en Abra[1]ham voelt zich veilig aan de hand van God en vertrouwt op Hem.   

Similar Posts