Kindermoment

Het feest van het eerste brood


Johannes 6:4-15



Elk jaar vieren ze een paar keer feest in Israël. Eerst is er Pesach. Dat is het feest van de bevrijding, en ook: het feest van het eerste brood*. Dan vieren ze dat de gersteoogst begonnen is. En zeven weken later is er nog veel meer te vieren: Dan is de gersteoogst klaar en begint de tarweoogst. ‘Wekenfeest noemen ze dat. Het is het feest van het volle brood, zou je kunnen zeggen.

Nu is het bijna Pesach. Bij het meer van Galilea is een hele grote groep mensen bij Jezus gekomen. Ze luisteren naar Jezus’ verhalen en brengen hun zieken bij hem. Maar hoe kunnen ze te eten krijgen? De vrienden van Jezus kunnen niet voor al die mensen brood gaan kopen. Maar dan komt er een jongen. Hij heeft een mand bij zich met vijf gerstebroden en twee vissen. Daar kun je Pesach mee vieren, met die vijf broden. Maar Jezus zegt dat iedereen moet gaan zitten. Vijfduizend mannen, en ook een heleboel vrouwen en kinderen. Jezus spreekt een dankgebed uit en dan begint hij te breken. Hij breekt en deelt… breekt en deelt… Er is voor iedereen genoeg. Er zijn zelfs twaalf manden over! 

Dit is geen feest van het eerste brood meer. Dit is een feest van het volle brood. En dat terwijl het nog Pesach moet worden! 

De mensen die erbij zijn vinden het geweldig. Ze zeggen tegen elkaar: ‘We hebben lang gewacht op de profeet die zou komen. Nu is Jezus er. Hij is die profeet!’ Jezus hoort wat ze zeggen. En hij begrijpt ook wat ze het liefst willen: Ze willen dat Jezus koning van het land wordt. Maar dat is niet wat Jezus zal gaan doen. Daarom gaat hij naar een rustig plekje, ergens in de bergen. Daar kan hij even alleen zijn.

* De termen ‘feest van het eerste brood’ en ‘feest van het volle brood’ zijn niet gangbaar. We gebruiken ze in dit verhaal omdat ze goed de betekenis van de beide feesten weergeven, in verbinding met het verhaal. 

Similar Posts