“Ingaan in het nieuwe (kerkelijk) jaar,” lied 511 van Dietrich Bonhoeffer

door ds. Caroline Oosterveen

Op de grens van een nieuw kerkelijk jaar spreekt dit lied velen aan. Een ieder persoonlijk. En dat is mooi. Bij dezen een hartelijke uitnodiging om het lied zelf te doordenken!

Maar blijkbaar roept het in ons ook een gezamenlijk herkennen op. Ligt er een diepgaand besef  aan ten grondslag van samen voor Gods aangezicht leven. Hem deelgenoot laten zijn van ons gezamenlijk zoeken en vinden….En voor mij is dat iets dat hoort bij kerkzijn. Bij uitstek één van de plekken in onze samenleving waar sprake mag zijn van een wij. Zo vaak worden we opgeroepen naar je eigen kern te gaan, je persoonlijk te ontwikkelen, te ont-dekken wie je bent. En dat is onmisbaar goed. Je hebt je tijden van stil nadenken en je terugtrekken nodig. En niet alles kun je of hoef je te  delen met een ander. Dan kan God genoeg zijn….

Maar word je niet ook mede gevormd door je omgeving? De omstandigheden van je werk, familie , je leefsituatie, de mensen om je heen of juist niet meer om je heen…  zij hebben hun onmiskenbare invloed op jou. En jij dus net zozeer op hen….

Niet iedereen is het gegeven de goede machten om zich heen te mogen ervaren of te ontdekken.

Zo dankbaar kun je zijn als je er je wel door omgeven weet en ziet.

Maar zouden de goede machten hier niet net dat gezamenlijke laagje dieper gaan in geloof: de woorden die Bonhoeffer eraan geeft doen mij denken aan de woorden van de zegen: trouw behoeden….vergeet niet dat altijd Gods liefde je omringt…..onmisbaar om een stap te zetten naar toekomst…


Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.

Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van ’t leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.

Want is het niet een wonderlijke God in wie wij geloven? Een God die niet de andere kant opkijkt als het soms zelfs uitzichtloos is? Hoeveel bittere bekers worden er niet leeg gedronken?… Ik vind het telkens opnieuw een wonder als mensen juist dan, in hun diepste eenzaamheid, angst of ellende durven drinken. En zeggen dat juist, tòen, toen het het allerzwaarst was zij de kracht van een helpende hand hebben ervaren. Júist, toen zij dwars door diepten heen gingen, iets van God hebben ervaren. Onvoorstelbaar, hoe soms die ervaringen  hen gevormd hebben tot mensen met littekens, maar daarmee lévende mensen.


En wilt Gij ons de bittre beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.


Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.

Als teken van dat geloof kennen wij ook in de kerk het veelzeggende symbool van het licht, toch? Oneindig krachtig. Het kan goed zijn om zichtbaar te maken wat je hoopt. Een kaars voor een ander ontsteken als zij het moeilijk heeft; ik steek elke avond mijn van de kerk gekregen Paaskaars aan, en noem dan de naam van iemand die ik die dag heb ontmoet. Het leert mij in geloofslicht naar mensen kijken. Dat brengt licht en warmte in ons bestaan.


Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

Je kunt er stil van worden. 

Er is ook een andere stilte. Om hartverscheurend lijden waarbij geen woorden passen…

De  melodie sterft in je hart. Maar zegt Bonhoeffer: het lied op and’re lippen draagt jou dan door de nacht.

Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.

Zelfs dat is een gedeelde ervaring, al een mensheid lang. Dat geeft troost. Of eigenlijk staat er het Duitse woord ‘getrost’ , dat  niet ‘getroost’, maar ‘vol goede moed’ betekent. Dus: “vol vertrouwen wachten wat er ook gebeurt”. Dat wens ik u, nee, óns toe in het nieuwe kerkelijk jaar:


In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.

God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Caroline Oosterveen

Similar Posts