Kindermoment

Jezus, de bron van levend water

Inleiding (onderbouw)

Het is vandaag 14 februari. Dat noemen ze Valentijnsdag. Wie weet wat dat is?
Dat is de dag waarop we vieren dat we van elkaar hou- den. Mannen en vrouwen die elkaar laten zien dat ze verliefd op elkaar zijn. Of als ze al getrouwd zijn, hoeveel ze van elkaar houden. Ze geven elkaar cadeautjes. Of bloemen. In de Bijbel lezen we ook vaak over liefde. Over liefde van de Here Jezus. En de liefde van God. Zijn liefde voor ons is het allerbelangrijkste! Weten jullie ook waarom dat het belangrijkste is?

Bijbelverhaal

Het was een hete dag. Jezus had die dag heel ver gewandeld. Zijn voeten deden pijn. Hij had dorst. Hij wilde zo graag even zitten. Hij ging bij een bron zitten. Een bron is een plaats waar water uit de grond komt. Het was ongeveer twaalf uur. Het heetste moment van de dag. Alle mensen waren thuis. Er was niemand bij de put. Behalve Jezus. Na zijn lange reis móest Hij even uitrusten.

In de verte ziet Jezus een vrouw aankomen. De vrouw loopt helemaal alleen naar de put. Op het heetst van
de dag! Ze wil dat niemand haar daar ziet lopen. De mensen vinden haar slecht en bemoeien zich niet met haar. Maar Jezus ziet haar wel. Het is een Samaritaanse vrouw. Jezus vraagt aan deze mevrouw of ze Hem wat drinken wil geven. Jezus hoort bij het Joodse volk. Dat is het volk van de Here God. Samaritanen waren niet het Joodse volk. Zij waren dus niet de mensen die bij God horen. En toch, Jezus vraagt water aan deze vrouw!

De vrouw schrikt als ze de vraag van Jezus hoort. Ze zegt: ‘Hoe kunt U mij nu om drinken vragen?’ Jezus en de vrouw praten even. De vrouw vindt het maar raar dat deze meneer met haar praat. In die tijd praatten mannen niet zo met vrouwen. En al helemaal niet een Joodse man met een niet-joodse mevrouw!

Maar Jezus zegt: Ik kan jou voor altijd gelukkig maken. Als je gelooft dat Ik de Zoon van God ben. Hij wil haar vertellen over zijn Vader, over God. De vrouw gelooft Jezus gelijk. Ze gaat weer naar haar huis. Thuis vragen mensen waarom ze zo blij is. Waarom ziet ze er zo gelukkig uit? Dat komt omdat ze heeft gepraat met Jezus. De Zoon van God. Hij houdt van haar en wil haar gelukkig maken.

Dat gaat ze aan iedereen vertellen. Ze is niet meer al- leen. Ze is gelukkig. Zij weet dat Jezus áltijd bij haar is!

Geloven jullie dat ook? Dat Jezus van jou houdt?

Inleiding (Bovenbouw)

Water… wie wel eens op een warme zomerdag in de bergen heeft gewandeld, weet hoe belangrijk water is. Op zo’n dag wéét je, dat je dorst gaat krijgen. Je bent slim genoeg om, als je op stap gaat, water mee te nemen.
Je vult een fles of bidon met schoon, helder kraanwa-
ter. Daar hoef je niet bij na te denken. Het kraanwater is schoon en veilig. Tenminste, in ons eigen land en in de meeste landen in Europa. Water uit rivieren of natuurge- bieden wordt nauwkeurig gezuiverd en steeds opnieuw gecontroleerd, zodat we ons niet hoeven af te vragen of het wel goed drinkwater is. Van water dat bij ons uit de kraan komt, word je niet ziek.

Maar stel nu dat je die wandeling maakt, en langzaam maar zeker raakt je drinkfles leeg. Je doet al zuinig aan, maar toch raakt je drinkwater op. Je bent in de bergen, geen woonhuis of berghut te bekennen. Maar het is warm, je moet nog ver, en je hebt dorst. En dan ineens zie je het… een kleine poel, een plas water. Zou je…?? Je kijkt op de wandelkaart. Een stukje verderop, mis- schien nog twintig minuten lopen, daar zou een beekje moeten zijn. Een bergstroompje. Zo’n stroompje met hel- der, koud, stromend water. Maar je hebt nu al zo’n dorst. En hier is ook water. Het is dan wel stilstaand water, niet zo koud en fris als een beekje, maar het is water…

Wat zou jij doen? Kies je voor het water uit de plas, of loop je door tot aan het beekje? Kies je voor stilstaand, dood water, of stromend, levend water? Wat is lekkerder? En wat is veiliger?
Het verhaal van vandaag gaat ook over ‘levend’ water. Luister maar.

Bijbelverhaal

Op een dag komen Jezus en zijn leerlingen in Sichar, een stad in Samaria. Daar, vlak bij die stad, was een
put, die lang geleden door Jakob was gegraven. Die put werd dan ook de Jakobsbron genoemd. Het is warm, zo op het midden van de dag. Jezus gaat zitten, dicht bij die put, en de leerlingen gaan even de stad in om eten te kopen. Als Jezus daar zo alleen zit, komt er een vrouw aan lopen. Ze komt water putten. Jezus vraagt haar, of ze ook voor Hem wat water wil putten, zodat Hij kan drinken. De vrouw is een Samaritaanse, ze is van een volk waar Joden eigenlijk niets mee te maken willen hebben. Toch vraagt Jezus háár om water. Ze is verbaasd, en begint een gesprek met Jezus. ‘Waarom vraagt U míj om water? Ik ben immers een Samaritaanse…’ Jezus geeft best een moeilijk antwoord: ‘Mevrouw, als u eens wist wat God u kan geven… en als u wist wie Ik ben… dan zou u Míj om water vragen, en Ik zou u levend water geven.’

De vrouw moet er een beetje om lachen. Die man heeft niet eens een emmer, hoe zou Hij háár water willen geven uit zo’n diepe put, zonder emmer?

Jezus zegt nog meer wonderlijke dingen: ‘Iedereen die dit water uit de put drinkt, krijgt later toch weer dorst. Wie het water drinkt dat Ik geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, geeft eeuwig leven.’

Nou, dat lijkt die vrouw wel wat! Water putten was zwaar werk. Steeds opnieuw moest ze de weg lopen uit de
stad naar de put, en met een volle emmer terug naar de stad. En telkens weer was de emmer leeg, en moest ze opnieuw water gaan putten. Nooit meer dorst… eeuwig leven… ze begrijpt het niet, maar het lijkt haar wel wat! Jezus praat met haar door. Hij praat over haar leven. De vrouw merkt, dat deze vreemde man haar kent. Hoe kan dat? Ze heeft Hem nooit eerder ontmoet. Dan ineens begrijpt ze het. ‘U bent een profeet!’, zegt ze tegen Jezus. Dan praat ze met Jezus over de Messias, die zij ver- wacht. ‘Dat ben Ik, die met u praat.’ zegt Jezus. Verwon- derd gaat de vrouw terug naar de stad. Daar vertelt ze over die bijzondere ontmoeting. Ze vertelt de mensen over de goede dingen, die Jezus haar heeft verteld. Ze

is zo blij en enthousiast, dat ook die mensen er meer van willen weten. Ze gaan de stad uit, naar de put van Jakob, om daar Jezus te ontmoeten.

Jezus spreekt hier over zichzelf. Hij zegt: ‘Ik kan je levend water geven. Dat water wordt in jou als een bron, die eeuwig leven geeft.’
Dat zijn best moeilijke woorden. Wat bedoelt Jezus precies? Laten we even terugdenken aan het begin.

Als je écht water nodig hebt, en er is geen kraan in de buurt, waar kies je dan voor? Stilstaand, dood water, of stromend, levend water? Wat is veiliger? In welke van de twee heb je de minste kans op vervuiling, bacteriën, dingen die je ziek kunnen maken?

Juist, dat is stromend water. Levend water. Zo is het ook in je leven. Je moet veel keuzes maken in je leven. Er zijn misschien veel dingen die je belangrijk vindt. Veel geld verdienen, of beroemd worden, of vul zelf maar in. Maar dan moet je oppassen, dat dat geen ‘stilstaand water’
is. Het ziet er misschien best aardig uit, maar is het ook écht goed voor je? Jezus zegt hier, dat hij je het échte, levende water wil geven. Daar word je niet ziek van, maar gezond en gelukkig. Hij bedoelt daarmee, dat Hij, Jezus een bron is van alles wat goed is. Als je in Hem gelooft, en met Hem leeft, ben je dicht bij die bron.
Het gaat zelfs nog verder… dat levende water, die liefde en goedheid van Jezus, stromen door jou heen. Zo word je zélf ook een bron. Een bron, die die goede dingen, die liefde van Jezus, weer doorgeeft aan anderen. Net als die vrouw. Ze gaat terug naar de stad, en de blijdschap en het enthousiasme stromen over. Het steekt anderen aan. Dat willen zij ook!

Zo kun jij ook een bron worden van Gods liefde en goed- heid. Als je zelf dichtbij Jezus leeft, dicht bij dat levende water, dan stroomt het vanzelf over naar anderen. In je woorden, maar vooral ook in je daden, wil je de goedheid van Jezus laten zien. Dan kún je dan ook, dankzij het levende water dat door je heen stroomt.

Het is misschien moeilijk voor te stellen. Maar toch is
het zo. Je ziet het al in het klein. Als jij ergens vrolijk of enthousiast over bent… dan zie je vast wel eens, dat je vriend of vriendin óók vrolijk of enthousiast wordt. Zo werkt het ook met Gods liefde. Laat het maar zien, laat het maar stromen. Dan stopt het niet, maar gaat het ver- der. Als een stroom van levend water. Met Jezus als bron!

Similar Posts