Columns

“Laat mij U koen warmen dank bieden…”

Deze week heb ik me ook nog bezig gehouden met een themanummer van Confessioneel – Credo over Abraham Kuyper. Dit jaar is het100 jaar geleden dat Kuyper is overleden: theoloog, journalist, staatsman.

In de kerk van Zuid-Korea is Kuyper een gevierd mensenkind: zijn gedachten over kerk, christelijk-sociale politiek en christelijk onderwijs worden stevig gewaardeerd.

Een theoloog uit die wereld heeft  het wierookvat en de lauwerkransen van stal gehaald om in superlatieven over de denkkracht van Abraham Kuyper hoog op te geven. Velen kennen Abraham Kuyper misschien vooral als straatnaam.

In Korea weten ze wel beter. 

Van Kuyper is in 1988 een portret geconstrueerd voor een tentoonstelling in Seoul, opgezet door dr. Sung Kuh Chung. 

Koen Voors, masterstudent politicologie en geschiedenis laat  dit op doek geprinte portret van de oprichter van de Vrijde Universiteit in Amsterdam, Abraham Kuyper, in een plastic lijst zien. Kuyper heeft hier roodblond haar en blauwe ogen, wat helemaal niet klopt – hij was donker! Met die roze sjerp en zijn borst behangen met medailles, lijkt hij wel een Pruisische generaal. Dit geprinte portret is in Korea gemaakt met een computerscan van een foto van Kuyper in ministersuniform. Op de achterzijde staat dat het in 1989 aan de VU is geschonken door dr. Chung. En sindsdien ligt het als curiositeit in het archief van de Vrije Universiteit.

Toen ik dit alles ontdekte, dacht ik: historisch besef is niet onze sterkste kant.

Dat schrijft uitgever Kok ook over jonge predikanten rond de eeuwwisseling van 1900. Ze weten niets van de afscheiding en doleantie en dat die twee bewegingen elkaar gevonden hebben in een optellende sfeer in plaats van een houding, waarin men elkaar de maat neemt. De filosofie was: we voegen wat we hebben bij elkaar. Maar dat was blijkbaar aan die predikanten van na 1892 niet meer zo besteed.

Dat heb ik ontdekt, toen ik Kuyper en J.H. Kok met elkaar zag corresponderen met een woordkeuze van hoge achting en samenhorigheid.

A. Kuyper aan J.H. Kok: “Hoog Geachte Heer en Vriend, Vastelijk had ik gehoopt op dezen Uw Jubeldag in persoon naar Kampen te komen, en U met warmen handdruk mijn hulde te bieden voor Uw prachtig werk ten behoeve en ten bate van de Christelijke Pers. Doch het ging niet. ‘k Zou dan om 8 uur ’s morgens van hier moeten gegaan zijn of eerst half twaalf hier zijn teruggekeerd. 

Het geliefkoosde voornemen heb ik deswegen moeten opgeven, maar dit verminderde in niets mijn bezieling, om U op deze schoone dag in Uw leven een teeken van dank en hulde te doen toekomen. 

Ik aanvaardde daarom het voorzitterschap van de commissie van huldebetoon en stel er mijn eere in, als is ’t dan op zekere afstand, U uit de verte mijn bewondering te betuigen voor wat Gij voor de Christelijke pers in ’t gemeen en ook in het bijzonder voor mijne uitgaven doet, ja hebt bijeengetooverd. Uw uitgaven gingen die van elk ander in degelijkheid en stoerheid te boven. Laat mij met de overige heeren u daarvoor koen warmen dank bieden.”

Dat is een stijl, die bij onze twitter-samenleving langzamerhand opvalt. Dat je ook aardig tegen elkaar kunt doen met waardering voor wat de ander (allemaal) kan.

Wij raken daar verder van af. Dat is jammer.

Waardering werkt stimulerend, gezanik werkt stagnerend.

In het wapen van de uitgeverij staat naast: “Op hoop van zegen” de regel: Ick Hou Koers (naar de naam: J.H. Kok).

We leven in een voorzichtige tijd. Zouden we daarmee ook voorzichtiger worden in ons oordeel? Ik denk vaak: waar zou nou zegen op kunnen rusten – op dat wat goed is in Gods ogen. Dat heeft te maken met trouw en vertrouwen, met hulpvaardigheid en geduld. “Zachtmoedigheid”  en “lankmoedigheid” zijn daar zulke aardige woorden voor. Of proberen we elkaar te stimuleren door zo veel mogelijk positief te zijn en waardering te tonen, waar waardering een beetje op zijn plaats is… 

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts