Columns

Nog eens: “De moeder de vrouw”

 

Vandaag begint  de Boekenweek 2019. Het thema, “De moeder de vrouw”, heeft ook mooie lijnen naar de Bijbel. Vorige week nadruk op “de moeder, nu op “de vrouw”. 

En dan denk ik eerst aan het Hooglied: “Wend u, wend u, gij Sulammietische, wend u, zodat wij u kunnen zien!”

Dit is liefdespoëzie vol waardering voor de schoonheid van de vrouw. Je zou zomaar kunnen denken aan vrouwonvriendelijke wellust en losbandigheid. Maar daarmee is het Hooglied geen recht gedaan. Het gaat om oprechte aandacht,  openlijk en weinig verhullend, om de prachtige kanten van het menselijk leven te vieren.

Tegen deze achtergrond vraag ik aandacht voor een opmerkelijke gedachte uit de profetie van Jeremia. Hij maakt een reuzensprong van 70 jaar en wekt Israel als de bruid van God op naar de residentie terug te keren, waar God zetelt in de tempel van Jeruzalem. De ballingschap uit Babel kent een eindpunt.

Na dat eindpunt is er een weg verder, die weer terugvoert naar Jeruzalem.

“Keer terug, jonkvrouw Israëls, keer terug naar uw steden hier! Hoelang zult gij aarzelen, o afkerige dochter? Want de Here schept iets nieuws op aarde: de vrouw zal de man omvangen.” (Deze tekst komt uit Jeremia 31: 21,22.)

Keer terug, keer terug, lezen we bij Jeremia.

Wend u, wend u, lezen we in het Hooglied.

Als we die twee herhalingen nu eens op elkaar betrekken.

De souplesse van de vrouw wordt als voorbeeld gezien van de soepelheid van geest bij God, die we vergeving noemen of verzoening of plaatsvervanging.

En de souplesse van de vrouw gaat gepaard met drie werkwoorden:  terugkeren, aarzelen en omvangen. Terugkeren, dat kun je zien als een sierlijke dansbeweging! Op de dansvloer zwiert een danspaar ook telkens weer terug naar de plek waar begonnen is en terug naar elkaar.

Aarzelen – met één nuance anders wordt het: draaien. “Hoe lang zul je draaien?” – let op de schoonschaatssport en het stijldansen: een pirouette draaien!  De jonkvrouw Israëls had zich van God afgewend en naar de afgoden toegewend en nu heeft ze haar draai weer genomen naar God toe. 

Want de vrouw zal de man omvangen. De vrouw danst rond de man. In Joods chassidische kring danst de vrouw bij de huwelijkssluiting zeven keer om haar man – op grond van deze tekst uit Jeremia.

Als we zo de Bijbel lezen en letten op de vrouw van de Boekenweek en haar soepele bewegingen, dan gaat het heil zo’n beetje voor ons dagen.

Als het volk Israël of de kerk of wie dan ook zich afwendt van God, is het niet afgelopen, kom nou!

Dan schept God weer wat nieuws: Hij schept ruimte voor de bruid, zodat ze de kans krijgt om heen en weer te gaan. God kan er tegen, als wij om Hem heen draaien. 

Aarzeling, of twijfel, hoeven we niet te verbloemen, te verzijgen of te verdringen. We mogen er mee voor de dag komen. Draaien is een beweging: dan weer van het heil af en dan weer naar het heil toe. Je zou er draaierig van worden. Maar die beweeglijkheid behoort blijkbaar bij het geloof.

Zo brengt de Boekenweek 2019 ons bij het geheim, dat geloof een werkwoord is en soms iets heeft van de sierlijke bewegingen van een vrouw met drie karakteristieken: terugkeren, aarzelen en omvangen –  dus uiteindelijk toch: ‘kip, ik heb je!”. 

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts