Raak me niet aan

Ach, het is wat in deze bizarre tijd. Hoe dat werken kan, sociale onthouding in de praktijk: de achterdeur staat open, de rollator staat bij de tuintafel, ik doe een stap naar binnen, steek mijn hoofd om het gordijn en zeg ‘goede middag, mag ik wel even een bloemetje brengen? Ik heb rode tulpen voor je, vind je dat mooi.’ ‘Och’, zegt ze, ‘wat lief, dat je even komt’. ‘Zal ik ze in de keuken leggen?’ ‘Ja’, zegt ze, ‘loop maar even om de tafel heen.’

En ik zeg, staande in de hoek, nadat we even gekletst hebben: ‘nu ga ik weer, want we moeten uitkijken. Sociale onthouding ligt me niet, maar het moet wel. Hartelijke groet en tot zien!’ 

Nooit gedacht, dat je zo met je gemeenteleden op afstand moet omgaan!

Nu we leven in de dagen van Pasen komen we ook geslotenheid en beslotenheid tegen. De luiken zijn dicht in Johannes 20. Niet door een virus, maar door een ander kwaal: het monster van de haat ligt op de loer.

Zo ervaren de leerlingen van Jezus dat. Daarom zijn de deuren gesloten. Ze zitten in afzondering, in quarantaine. Daar hebben veel mensen in onze dagen ook ervaring mee: achter gesloten deuren, in afzondering, op een aparte kamer soms.

Dat begrip quarantaine is afkomstig van het Franse woord voor veertig, quarante (veertig) en betekent een periode van veertig dagen afzondering. Rond 1600 wordt het een medische term voor de isolatie van mogelijk besmette personen, zaken of dieren. Dat is gebeurd onder invloed van het Venetiaanse woord quarantena (een variant van het Italiaanse quaranta giorni: veertig dagen). Sinds de 14de eeuw is dat een aanduiding van isolatie van schepen uit verre landen die de haven van Venetië aandoen. De isolering van die schepen is er om verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan. En die 40 dagen isolatie hangt nauw samen met het gebruik van de veertig dagen vastentijd voor Pasen.

Christus verschijnt voor Maria Magdalena 
(Noli me tangere) (1651) van Rembrandt

Mij valt nog iets op. Als Maria van Magdala de opgestane Jezus ontmoet in de tuin van Arimatea, hoort ze aan de stem van degene die haar naam uitspreek t, dat het Jezus is. Ze zoekt nader contact. En dan zegt Jezus de indringende woorden: “raak Mij niet aan!”  De NBV heeft: “houd me niet vast”. Maar “raak Mij niet aan” past in de anderhalve meter afstand, die we in acht moeten houden. Elkaar aanraken met de vingers, als je in de winkel een bankbiljet of bonnetje overhandigt, mag ook niet. Vingercontact en samenscholing, ze zijn verboden.

Je blijft op afstand om de ander niet te besmetten. Maar zo zitten we niet in elkaar. We willen elkaar aanraken, bemoedigen, een schouderklopje geven.

Ik ben ooit geweest in het parlement van de Palestijnen in Ramallah. Daar werden we ontvangen door delegaties van verschillende parijen. Daar waren ook dames van de Hamas. Die gaven de mannen geen hand. Maar legden hun hand op het hart en bogen naar je toe. Toen ik dat zo meemaakte, vond ik dat een indrukwekkende ervaring, meer dan een hand schudden.

Dat schoot me dan weer zo te binnen in deze rare tijd van sociale onthouding, wat tegen mijn natuur in gaat. 

Afstand klinkt ook in de woorden ’Raak Mij niet aan’, ‘Houd Mij niet vast’.

Is het alleen afstand? Het is meer: Jezus doet, wat de profeet Jesaja zegt: “…ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!” (Jesaja 43,1).

Je kunt Jezus niet vasthouden en voor je zelf houden. Hij is ook voor jou, maar niet alleen voor jou. Dat persoonlijke en collectieve, dat spreekt me nu zo aan in Jezus. Dat Hij zich niet laat claimen voor een bepaalde groep. Dat Jezus de goede herder is: Hij is overal, zingt het kinderlied over “Jezus is de goede herder”. Zo is het nou juist precies. Sociale onthouding past niet bij Jezus, geclaimd worden ook niet.

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts