Rare tijden, weinig stelligheid

De wegen zijn rustig, de benzineprijs zakt maar, de lucht kent meer vogels dan vliegtuigen, de winkels zijn minder druk, de scholen zijn dicht, de beurzen schommelen. Het zijn rare tijden. Ik hoor al over een ‘thuiseconomie’ en een ‘anderhalve-meter-economie’

De stelligheden vallen ons uit handen, vooral als we zorgvuldig willen zijn. 

Overal een straf van God in zien, dat is geen stijl, die past bij de Bijbel.

Geloven is minder een mening, meer een manier van leven en vertrouwen.

Als Lazarus, een vriend van Jezus, ziek wordt en sterft, dan huilt Jezus.

Als Jezus over Jeruzalem kijkt vanaf de Olijfberg en overdenkt wat de stad te verduren krijgen, huilt hij.

Als Petrus drie keer over Jezus zegt in de tuin bij het behaaglijke, nachtelijke vuurtje: “ik ken die man niet’, loopt hij huilend weg.

De verloochening door Petrus (1660) van Rembrandt

Rembrandt laat zien, hoe de ontreddering van Petrus zich ontrolt: dat meisje heeft er haar handen aan vuil gemaakt om een vinger  in andermans zaken te steken.

Dat is die onaangename vingerwijzing naar de herkomst van Petrus – ook een Galileeër. Je voelt, hoe Rembrandt laat zien, dat dit meisje er de hand in heeft, dat Petrus in moeilijkheden komt? Daarom valt het licht zo sterk op die handen op dat schilderij. Hoe neemt Petrus deze situatie ter hand? Hij ontkent, verloochent, zwaait af en huilt. Dat is de Bijbelse sfeer ten aanzien van onmacht en overmacht.

Tranen laten het tegenovergestelde van stelligheid zien.

Tranen passen beter bij de situatie waarin we ons nu bevinden dan stelligheden .

Och, die Petrus. Op hem zou Jezus zijn gemeente bouwen. Moet je zien, wat een puinhoop: Jezus verraden, gearresteerd, verlaten, verloochend, vernederd en gekruisigd – en dan gaat het dus over Jezus de Messias.  

Hier passen geen stelligheden. 

Hier passen tranen als antwoord op het onmogelijke, moeilijke, weerzinwekkende en teleurstellende, dat voor je ogen gebeurt en je weet niet wat je er aan kunt doen.

Ik denk aan de psalmen, waarin zoveel verdriet, tegenslagen, onbegrip en moeiten zijn opgestapeld, maar bijna wel altijd in de sfeer van: ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.

Ik denk ook nog even aan Job. Dat past wel bij de jobstijdingen van onze dagen.

De vrienden van Job krijgen het voor elkaar om eerst zeven dagen stil bij Job te zitten en niets te zeggen (Job 2:13).En als de gesprekken dan op gang komen, gaat het al gauw mis. Hoor, hoe in het boek Job de Here God tegen Elifaz uit Teman zegt: “Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job” (Job 42:7). Dat ze een verkeerd geluid over God laten horen, dat neemt God kwalijk aan Elifaz uit Teman (met naam en toenaam). Zo kunnen wij door een analyse te geven van onze situatie zomaar in de fout gaan als het om het spreken over God gaat.

Tranen in een kruik

Daarom blijf ik liever in de buurt bij de tranen van Jezus en Petrus, wetend, dat God deze tranen verzamelt in een kruik (Psalm 56:9). Bij God bewaard, is wel bewaard. Kun je dat nog geloven in deze dagen?

Als Jezus huilt over Jeruzalem, verzucht Hij: “och, dat ze mocht weten wat tot haar vrede dient”. En daar wil ik dichtbij in de buurt blijven, dat ik weet wat tot mijn vrede dient. Want soms brengen tranen geluk…

Dat is geen zekerheid, maar een mogelijkheid.

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts