Terugkijken na 75 jaar

In een uitgebreide verklaring schrijven de huidige R.K. bisschoppen van Duitsland, 75 jaar na dato, dat hun voorgangers ‘geen duidelijk “nee” tegen de oorlog hebben laten horen’. De meesten van hen steunden onomwonden de voortzetting van de oorlog. Met gewetensbezwaarden konden ze niks en ze steunden het “patriottisme”. 

Wat heeft het voor zin om dit na 75 jaar te verklaren? Excuses kunnen altijd, maar  is het een schuldbelijdenis? Nee, het is terugblik. Iedere tijd heeft eigen beperkingen en vooroordelen, zeggen deze bisschoppen. Tja, daar heb ik geen bisschop voor nodig om dat te bedenken.

Preekstoel in de St. Lambertikirche
waar bisschop von Galen
indrukwekkend preekte
in de zomer van 1941.

Het is een verklaring van 23 bladzijden. Op blz. 14 wordt bisschop von Galen uit Münster genoemd. Niet Bommen Berend, want die wordt genoemd bij het Gronings Ontzet (28 augustus 16720, toen Christoph Bernhard von Galen (1606–1678), bisschop van Münster als Bommen Berend genoemd werd door het veelvuldige gebruik van door kanonnen afgeschoten bommen, voor die tijd het modernste wapentuig, waarmee aanzienlijke schade werd aangericht binnen de stadsmuren.

Nee, ik bedoel bisschop Clemens August von Galen (1878-1946) van Münster (1933-1946). Jaren geleden zijn we op vakantie in Münster geweest en hebben daar drie wereldberoemde preken van deze bisschop aangetroffen in een boekje, “Preken in een donkere tijd”, 13 juli 1941, 20 juli 1941 en 3 augustus 1941.

In het rapport van de huidige bisschoppen wordt genoemd, dat bisschop van Galen in Münster preekte tegen euthanasie. Ja dat ook: euthanasie op geesteszieken, mensen die “onproductief” waren voor de samenleving – daar was hij ook op tegen. Maar in die preken hekelde hij met name de Gestapo, de Geheime Staats Polizei, die boven alle wetten en justitiële regelingen uitsteeg en volstrekte rechteloosheid,  willekeur en machtmisbruik hanteerde. Deze bisschop zocht contacten met de politieke leiding tot de staatskanselarij van Hitler toe. Daarbij hamerde hij erop, dat onschuldige en hooggeachte burgers zomaar verdreven werden of gevangen werden genomen. Hij vreesde voor zijn eigen positie, maar toch noemde hij allerlei namen van mensen die in die tijd op sleutelposities zaten, zowel positief als negatief. Hij noemde kloosters die gevorderd worden en kloosterlingen die moesten vluchten, hij noemde ook een dominee (niet bij name, maar iedereen weet dat het Martin Niemöller is). Om aan te geven, dat hij niet alleen voor katholieken opkwam.

Dat waren indrukwekkende preken: Jezus weende over Jeruzalem, och dat je toch zou weten wat tot je vrede dient, maar je hebt het niet gewild (Lucas 19:41-47).

Duitse geestelijken brengen de Hitlergroet op een jongerenbijeenkomst in 1933 

Die gloed mis ik in de teruglik van verklaring. Waarom werden mensen als bisschop von Galen niet breder gesteund? En waarom wordt nu na 75 jaar dat springende punt van die rechteloosheid en overmacht van de Gestapo niet bij name genoemd als les uit de geschiedenis? Waarom is dat anti-Joodse niet geduid? Les nummer 1 is toch: de menswaardigheid mag nooit uit het oog verloren worden. En dat in het aanhalen van teksten als Romeinen 13 (overheid van God gegeven) altijd de oudtestamentische achtergrond van het dienstbare koningschap opdoemt, zoals briljant bezongen in Psalm 72: “Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei.”

Zowel in september 1939, toen Duitsland Polen aanviel, ‘als ook daarna bleef het openlijke protest van de Duitse bisschoppen tegen de nationaalsocialistische vernietigingsoorlog uit’. En ook tegen de rassenscheiding en de jodenvervolging ‘verhief zich in de Duitse kerk nauwelijks een stem’, schrijven de bisschoppen. Ze schrijven: “het heeft lang geduurd’, voordat dit zelfkritisch is bekeken. 

De poffertjeskraam in Laren

Selma

Ik denk dit jaar op 4 mei ook aan Selma van der Perre (geboren in 1922), die begin van dit jaar grote indruk gemaakt met haar levensverhaal in het boek ’Mijn naam is Selma’. Ze groeit op in een liberaal joods gezin in Amsterdam. Haar vader heeft de poffertjeskraam in Nederland geïntroduceerd. Dat detail vind ik prachtig – ik ben gek op poffertjes in zo’n kraam.

Op haar twintigste verjaardag krijgt Selma een oproep voor een werkkamp. „We dachten toen dat het echt om een werkkamp zou gaan.” Haar vader geeft haar laxerende chocolade te eten, waarna Selma zo ziek wordt, dat er uitstel volgt. Dankzij een toevallige ontmoeting krijgt ze werk in een bontfabriek, waarna ze voor het verzet gaat werken. Slechts een enkeling weet dat ze joods is en dus extra gevaar loopt.

Zonder blikken of blozen vertelt de oude dame, hoe ze op jonge leeftijd haar vrouwelijkheid in de strijd heeft geworpen. Zo heeft ze gebruik gemaakt van de belangstelling van een Duitse soldaat in Utrecht om papieren van hem te stelen. „Hij trok me op de bank, begon me te aaien enzovoort, gewoon dingen doen.” Het soldatenjasje had harde knopen die haar pijn deden, dus dat trok de man uit en legde het over een stoel. „Hij vroeg of ik nog maagd was. Ik zei ja. Toen hield hij meteen op en ging hij in de keuken thee zetten.” Waarna Selma de nodige papieren uit het jasje achterover kon drukken.

Ze vertelt van een uiterst gevaarlijke missie naar een gevangenis bij Parijs. Daar moet ze papieren geven en krijgen van nota bene een Duitse bewaker. Via haar charmes weet ze de eerste bewakers voorbij te komen. In die gevangenis worden Engelse en Nederlandse verzetsmensen gemarteld en die moeten bevrijd worden. Daarvoor is haar missie heel belangrijk, ook al weet ze er verder niets van.

Niet vergeten – daar gaat ’t om op 4 mei, 75 jaar na dato.

Wat gewone mensen ook voor ons hebben gedaan, de mensen die het kwaad in de Nazi-ideologie hebben gezien en daarom actie hebben ondernomen. Ook al deden ze het in hun broek… Chapeau!

Ds. Wim Scheltens

Similar Posts