Kindermoment

Tomas ontmoet de levende Jezus

Eerst zien dan geloven. Veel mensen hebben die houding. Ze willen het bewijs zien dat iets echt is of echt mogelijk is. Anders word je misschien voor de gek gehouden. Wat je met je eigen ogen ziet, is het bewijs dat het klopt of de waarheid is. 

Is dat een goede houding? Of kun je ook iets waar of echt vinden als een ander dat zegt zonder dat jij het gezien hebt? 

Ook toen Jezus opstond uit het graf wilden mensen eerst zien en dan geloven. De verbazing dat Jezus leeft dat zijn vrienden Hem hebben gezien was te groot voor Tomas. Hij aarzelt en kan het niet geloven. Hij wil Jezus met eigen ogen zien en de wonden die Jezus moet hebben in handen en zij, zelf voelen. Jezus komt en laat zich zien.

Maar kun je altijd op je ogen vertrouwen? Kun je je ook vergissen, omdat je alleen dacht dat je iets zag? Denk aan wat illusionisten presteren.

Jezus zegt: in het geloof is het omgekeerd. Eerst geloven, dan zie je de waarheid. Dat geldt zeker voor ons. Wij hebben de Bijbel gekregen met de ooggetuigenverslagen van de discipelen dat Jezus is opgestaan. Die woorden zullen we moeten aannemen. En eens, bij zijn wederkomst, zullen we Jezus echt zien? Geloof je dat?

Extra bijbelgedeelte: Hebreeën 11: 1 en 2

(Geloven is vertrouwen op wat je niet kunt zien, zeker weten dat dat waar is)

Bijbelverhaal

De leerlingen zijn superblij! ‘Hoera, hoera! Jezus leeft weer!’
Ze praten allemaal door elkaar: ‘Heb je dat gezien!’ ‘Ik kon mijn ogen bijna niet geloven!’
‘Het is echt waar’. ‘Ik zag het zelf’. ‘Ik zag het ook!’
Dan komt Tomas binnen.
Tomas is ook een leerling van Jezus, maar hij was er niet bij toen Jezus kwam.
Wat kijkt Tomas verdrietig. 
Zijn Heer, waar Hij zoveel van houdt is gestorven aan het kruis.
Tomas kijkt verbaasd naar de andere leerlingen
‘Wat is hier aan de hand? Waarom kijken jullie zo blij?’
‘Wij hebben de Heer gezien, wij hebben de Heer gezien!’, roepen de leerlingen.
‘Dat kan niet’, zegt Tomas, ‘Dat kan niet.’ En hij schudt zijn hoofd.
‘Maar het is echt waar! Echt waar!’, roepen de leerlingen. ‘Nee’, zegt Tomas. ‘Nee’.
‘Ik wil eerst de wonden van de spijkers in zijn handen zien en voelen met mijn vinger.


En ik wil met mijn hand de wond in zijn zij voelen. Anders geloof ik het niet! Anders geloof ik het niet!’
Tomas gaat verdrietig weg. Hij schudt zijn hoofd. Hij kan het niet geloven.
Heel de week blijft Tomas verdrietig. Hoe kan dat nou dat de andere leerlingen zo blij zijn?
Ze zeggen dat ze Jezus hebben gezien. Maar hij heeft Hem niet gezien. Hij kan het niet geloven.
Als het weer zondag is gaat Tomas naar de andere leerlingen.
Hij wil niet meer alleen zijn met zijn verdriet.
De vrienden zijn bij elkaar. De deur is op slot. Ze zijn bang voor de soldaten. Die mogen niet binnenkomen.
Maar dan opeens… staat Jezus in de kamer!
‘Oooh!’, zeggen de leerlingen, ‘Oooh!’
‘Ik wens jullie vrede’, zegt Jezus.
Jezus kijkt naar Tomas, ‘Kom maar Tomas, voel met je vinger aan mijn handen en voel met je handen aan mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof!’
Tomas kan zijn ogen niet geloven: Daar staat Jezus!
Tomas valt op zijn knieën en zegt tegen Jezus: ‘U bent mijn Heer en mijn God.’
Nee, Tomas hoeft niet meer te voelen aan de wonden. Hij heeft het nu zelf gezien, het is echt waar: Jezus leeft weer!
Jezu zegt tegen Tomas: ‘Jij gelooft in mij omdat je mij gezien hebt. Vanaf nu zullen mensen in mij geloven, zónder dat ze mij gezien hebben. En God zal hen gelukkig maken.’
Tomas staat weer op. Hij kijkt naar zijn vrienden. Wat is iedereen blij! 
Tomas voelt zich ook heel blij. Hij weet dat Jezus leeft en dat Jezus van hem houdt!
Wij hebben Jezus nog nooit in het echt gezien. Maar we mogen geloven en zeker weten dat Hij leeft. Dat Hij van ons houdt en voor ons wil zorgen.

Gebed
Lieve Here Jezus, dank U wel dat U bent opgestaan uit de dood en dat U leeft. U, de Zoon van God.
Dank U wel dat wij in U mogen geloven. Dat we zeker mogen weten dat U voor ons zorgt en van ons houdt. Ook al zien wij u niet. U bent altijd bij ons.

Dank U wel daarvoor.
Amen

Vergelijkbare berichten